verwondering

Er bestaat een krachtig medicijn, gratis en overal te vinden. Helend voor lichaam én voor geest, zowel profylactisch als curatief. Het werkt tegen neerslachtigheid, depressie, vervreemding, eenzaamheid, piekeren, cynisme, angsten, spierpijn, hoofdpijn … Maar het allerbelangrijkste is wel dat het steeds beschikbaar is en je er niets anders dan jezelf voor nodig hebt. 

Dat medicijn heet ‘verwondering’. Het is een bonte mix van diverse ingrediënten: openheid, nieuwsgierigheid, aandacht, verrassing, verbazing, verbinding, aanwezigheid, nabijheid, hier en nu zijn, dankbaarheid …  Als kind hadden we het van nature maar sommigen onder ons zijn het gaandeweg verloren geraakt. Dat is niet erg. Als je dat wil vind je het mits wat moeite snel terug. 

Het is een attitude, een ingesteldheid. Leven als een onbeschreven blad. Onvooringenomen. Het is willen om iets steeds weer voor de eerste keer te durven zien, horen, voelen, ruiken, proeven, wie weet zelfs denken. Als je zonder verwondering een boom ziet, dan zeg je: tja een boom. Geklasseerd, punt aan de lijn. Als je in verwondering een boom ziet, dan zeg je: hey zie die boom daar! Uniek in zijn boomzijn, glorieus in zijn pracht, wonderlijk in zijn bestaan, enig in het universum. Dat maakt een wereld van verschil. Het brengt je naar de voedende vreugde van het zijn, het is zuivere ervaring in bewustzijn. Het is pure liefde. Stel dat je zo naar je medemens zou kijken!

Hoeveel verwondering laat jij toe in je leven? Hoeveel zou je willen toelaten? Hoe anders zou je leven dan zijn? Uiteindelijk is het een keuze.

minder meer ?

Onlangs vroeg iemand me: hoe kan ik mentaal sterker worden? Op zich geen verrassende vraag. Ik moet de eerste nog tegenkomen die het tegenovergestelde wil. Maar een eenduidig antwoord hierop, da’s een ander paar mouwen.

Want wat is mentaal sterker worden?

Wij leven in een prestatiemaatschappij, een groei-wereld, waarin ‘sterker’ automatisch geassocieerd wordt met ‘meer’ en meer met ‘succes’. Sneller, groter, verder, langer, rijker, knapper, harder, hoger, dieper, sterker … Groei staat synoniem voor meer van dit of dat. 

Wat we wel eens durven te vergeten is dat meer van het een tegelijk minder van iets anders betekent. Dat heb ik zeer aanschouwelijk mogen ervaren tijdens mijn Shiatsu opleiding. Wanneer er op een meridiaan teveel spanning zit betekent dat automatisch dat er in een andere te weinig aanwezig is. Teveel Yin hier betekent te veel Yang elders. En omgekeerd natuurlijk. Het evenwicht is dan zoek en wanneer dat te lang duurt vertaalt het zich in ongemak, pijn, ziekte, …

Wanneer het om ons mentaal welbevinden gaat, zou het dus ook kunnen dat we om ‘sterker’ te worden niet noodzakelijk ‘meer’ nodig hebben. Om sterker te worden zou je bijvoorbeeld ook kwetsbaarheid kunnen toelaten. Als het ware minder sterk willen zijn. Minder willen, minder verwachten, minder moeten, minder denken, minder doen … Ook dat kan mentale groei zijn.

Minder maakt immers plaats voor een ander meer. Minder praten voor meer luisteren, minder oordelen voor meer aanvaarden, minder angst voor meer liefhebben, minder fronsen voor meer glimlachen, minder moeten voor meer mogen, minder denken voor meer voelen, minder willen voor meer zijn …

Uiteindelijk is minder ook meer.

mugje

Het kleine mugje cirkelde rond me, landde even op mijn hand, twijfelde en vloog terug weg. Na een tijdje deed ze dat weer, landen. Precies op de plek die ze eerst verkoos. Ik liet ze doen, liet ze steken. Want dat was wat ze kwam doen.

De eerste poging lukte niet en weg was ze weer. En weer kwam ze terug. Iets vertelde me dat dit haar eerste steekje was, het was echt nog een klein mugje. Ze draalde onwennig, kronkelde, plaatste haar pootjes alsof ze een hoopje aarde plattrapte.

Toen zat ze stil. Ik hield mijn arm op 20 cm van mijn ogen. Ik ben bijziend en ik wou dit echt wel zien. Ze prikte, ik voelde niets. Ze zwol op, een klein druppeltje in haar buik. En daar ging ze weer, het kleine meisje. Op weg naar water, op weg naar haar toekomst.

Binnen enkele dagen cirkelen hier mugjes rond, mede ontstaan door mijn bloeddruppeltje. Mooi vind ik dat.

Dat heb je goed gedaan mugje.

brave heart

Dit is Brave Heart, mijn lieveling onder de zwerfkatten die hier in het bos leven. Het zijn allen jaarlingen, de jongen van een moeder die hier – zoals wel vaker – gedumpt werd.

Hij en zijn broers en zus – ondertussen op mijn verzoek door de gemeente geneutraliseerd – leven een wild leven. Zalig om te zien. Buiten hen te eten geven kan ik hen eigenlijk weinig plezier doen.

Ik ben iemand die bromvliegen, hommels, muggen en dies meer van het vensterglas plukt en ze hun vrijheid teruggeeft. Beeld je aldus de dag in dat Brave Heart met een gebroken poot naar de eetplek pikkelde. Ik was ondersteboven. Wist niet wat ik moest doen. Moet ik die nu vangen en naar de dokter brengen? Moet ik mij dit niet aantrekken? De natuur zijn gang laten gaan? Ik zweer het u, ik heb daarover gepiekerd. Mijn slaap voor gelaten.
Om dan te beslissen : ik laat het zijn.
Ik ga geen energie steken in het stresseren en vangen van dit dier. Laat de natuur zijn gang gaan.

Wel, ik kan niet spreken voor Brave Heart (hij pikkelt ondertussen al iets behendiger), maar ik heb alleszins een les geleerd in loslaten. Ik heb durven loslaten.
En eerlijk gezegd, ik moet het nog altijd een plaats geven.

Lang leve Brave Heart.❤️

max

je kan maar krijgen wat je zelf geeft

schilderij van joke bleys

Max was een gekneusde ziel toen ik hem in het asiel vond. Hij was 8 jaar, mismeesterd, verwaarloosd, vol kale plekken, 10 kilo te mager, kromp ineen als mijn arm boven schouderhoogte ging.

Max kende God noch gebod, amper zijn eigen naam. Beet mij als ik hem aaide, knapte naar mijn vrienden als ze te dicht kwamen. Maar iets in hem had diep in mij weerklank gevonden.

Ik had er mijn handen mee vol. Overvol.
En ik hield vol, met liefde en geduld.
Soms met wanhoop.
Het beterde zienderogen maar … ik slaagde er niet in zijn vertrouwen echt te winnen. Dus besloot ik met hem naar Lapland te gaan. We maakten er trektochten, sliepen samen in de tent, zwommen in de meren, 40 dagen lang. En we groeiden naar elkaar toe tot …

… hij op een dag achter een rendier wegschoot. Ik riep, ik brulde, het was niks gekort. Max was weg, de onmetelijkheid van Lapland in. Ik was hem kwijt.
Onwezenlijk wandelde ik terug naar de kampplaats. En vreemd genoeg viel er daar een soort berusting over me. Max had na jaren van knechting en het proeven van de vrijheid voor dat laatste gekozen. Ik kon het zelfs aanvaarden, wie weet had ik in zijn plaats wel hetzelfde gedaan. Met de duisternis kwam die avond ook de droefheid.

Rond middernacht, het kampvuur doofde langzaam uit, kraakte een tak in de verte. En nog een, dichterbij nu. Een hijgend geritsel naderde en in het flikkerend schijnsel van het vuur zeeg Max uitgeput neer. En toen wist ik : Max en ik, wij hebben een verbond. Hij dronk een halve emmer water en sliep een nacht, een dag en nog een nacht.

Dag op dag is het 2 jaar geleden dat ik hem heb moeten laten gaan. Na 7 prachtige jaren samen, na ontelbare avonturen was het op.
In de avonduren sliep hij vredig in, de ruigerd.

wabi-sabi

Wabi-Sabi is een Japanse levensvisie die vrij vertaald betekent : de schoonheid van imperfectie en soberheid. Je zou kunnen zeggen dat Wabi ruimte is en Sabi tijd.

Wabi-Sabi draait rond het accepteren van het vergankelijke, het verweerde, het eenvoudige. Of hoe de tand des tijds nog meer waarde kan toevoegen. En hoe wij daar het mooie van kunnen inzien.

Wabi-Sabi, eentje om te koesteren in wat weldra ‘het nieuwe normaal’ wordt.